Naar Home-page
  • Facebook
  • Instagram
  • Archief
  • Winkel
  • Foto's
  • Video's
  • Contact
  • Blogs
  • Raad van Beheer
  • Kalender
  • Login

door Herman en Evelien Bösing

Fokdag

Veel mensen, die een Drentsche Patrijshond aanschaffen, krijgen het dringende verzoek van de fokker om met hun hond op de Fokdag (nakomelingendag) te komen. De fokdagen worden gehouden voor Drenten die tussen de 18 en 24 maanden oud zijn. De Fokdag is voor ons ras heel belangrijk. Twee keer per jaar organiseert de vereniging een Fokdag. Op de Fokdag wordt de vererving van de ouderdieren bekeken. Hiervoor worden de vader, de moeder en de nakomelingen uitgenodigd. Een Nederlandse keurmeester keurt elke hond individueel, alsmede het nest in zijn geheel. Na afloop krijgt u een verslag uitgereikt. De Fokdag is vaak een gezellige ‘’happening’’ en je ziet weer nestbroertjes en -zusjes, vrienden en bekenden. De vereniging stelt, op deze dag, de mogelijkheid ter beschikking om de honden op PRA te onderzoeken,PRA (Progressieve Retina Atrofie) is een erfelijke oogaandoening, waarbij de hond nachtblind kan worden. Ondanks dat deze oogafwijking weinig voorkomt is het zinvol om de vinger aan de pols te houden. Voor de Fokdag krijgt U een persoonlijke uitnodiging van de vereniging. Uw fokker heeft U hierover vast al op de hoogte gesteld. U doet de fokker en de vereniging er een groot plezier mee om deze dag aanwezig te zijn. Het is nuttig voor het ras, dus een dringend advies is om hier naar toe te komen!
Voor veel eigenaren van een Drentsche Patrijshond is de Fokdag de eerste keer dat ze deelnemen aan een keuring. Daarom vindt de vereniging “de Drentsche Patrijshond” het belangrijk om informatie te verstrekken over het showen met een Drent.

Ringtraining

In heel Nederland zijn er Kynologenclubs, die trainingen geven hoe of je een hond moet voorbrengen op een show. Omdat de honden worden gekeurd in een afgezette rechthoekige of vierkante  “ring”, wordt de cursus “ringtraining” genoemd. Zij kunnen informatie verstrekken over:

  • Het voorbrengen (staan, betasten, lopen en gebitscontrole);
  • De te dragen kleding
  • Het show klaar maken van de hond
  • Welke spullen men mee moet nemen
  • Gezondheidseisen
  • Wat niet toegestaan is
  • Hoe deel te nemen aan een Fokdag, clubmatch of tentoonstelling.

Een Kynologenclub organiseert voor hondeneigenaren allerlei activiteiten betreffende kennis, opvoeding, sport en spel.


Voorbrengen

indering

Het voorbrengen van een hond begint al op het moment dat je de ring binnenkomt. De eerste indruk van de keurmeester is meestal de belangrijkste indruk. De honden worden op volgorde van nummer gekeurd. Dit houdt in dat het grootste deel van de tijd in de ring, je hond (bijna) geen aandacht krijgt van de keurmeester. Ook al ben je niet aan de beurt, zorg er voor dat je een positieve indruk achterlaat. Het gedrag in de ring wordt meegewogen bij de beoordeling. Het keuren van de hond duurt ongeveer 6 minuten. Het keuren bestaat uit verschillende onderdelen te weten: het lopen, het staan, het betasten en het tonen van het gebit. Soms geschiedt dit in willekeurige volgorde.

Staan en betasten

Tijdens het “staan van de hond” wordt het grootste deel van het keurverslag geschreven. De keurmeester wil graag het profiel (zijkant) van de hond zien. Een Drent wordt hierbij voorgebracht met een losse lijn. Dit wil zeggen dat de Drent niet “voetje voor voetje” wordt geplaatst en zijn staart wordt vastgehouden, zoals men het vaak kan zien bij Retrievers en Setters.
Doordat de vacht de bouw van de hond gedeeltelijk camoufleert zal de keurmeester de hond betasten. Hierbij voelt hij of schouderligging, borstdiepte, ribwelving, rug, staartaanzet, achterbenen en lengte van de staart overeenkomen met de rasstandaard en met de indrukken die hij heeft opgedaan van de hond.
Indien je hond, bij het betasten door de keurmeester, weg wil gaan lopen of gaan liggen, kun je door de knieën gaan om hem lichamelijk en mentaal te ondersteunen.

Tonen gebit

De keurmeester bekijkt het gebit controleert of de hond een volledig schaargebit heeft. Over het algemeen zorgt de keurmeester er zelf voor dat hij het gebit kan beoordelen. Op ringtraining wordt de baas en de hond geleerd om het gebit goed te kunnen tonen. Je kunt je hond, van pup af aan, trainen om hem te laten betasten en zijn tanden te laten inspecteren. De dierenarts heeft ook hiervan veel profijt. Deze zal blij zijn met een gewillige hond.

indering


Show klaar maken hond

Om met een Drent naar de show te gaan heb je niet veel voorbereiding nodig. Thuis kun je overvloedige en verkleurde haren bij de tenen en oren bij knippen. Hiervoor heb je geen cursus nodig als je een beetje handig bent met schaar, (en) uitdunschaar en plukmes. Hierover kan je informatie inwinnen bij je fokker. Doe de Drent voor een show vooral niet in bad, tenzij de hond vies ruikt (naar iets waar ze in hebben gerold) Na het wassen ligt de vacht niet meer vlak aan, zoals het bij een Drent hoort. Zorg dat de haren bij de oren en broek klitvrij zijn. Hiervoor kun je een zogenaamde hondenkam gebruiken. Kijk of de tanden en kiezen schoon zijn. Het is altijd al goed om tandsteen te verwijden. (Er is een spray in de handel die voorkomt dat de hond tandsteen of aanslag krijgt).


Kleding

Uw kleding moet U aanpassen aan uw hond. De Drentsche Patrijshond is een middelgrote hond. Zorg er voor dat geen blouses, jasjes, colberts, rokken e.d. tegen het hoofd van de hond wapperen. Verder is de Drent een witte hond met bruine platen. Zorg er voor dat er voldoende contrast is tussen broek, jurk of rok en de hond, zodat de keurmeester goed het profiel van de hond kan zien. Een geklede spijkerbroek of nog mooier een (jacht) groene broek voldoen goed.
Een witte broek heeft verder het nadeel dat het meestal niet lang wit blijft bij een Drent. Het allerbelangrijkste is dat U schoenen aan heeft waarmee U een aantal rondjes door de ring kunt draven.

Spullen om mee te nemen

Voor de Fokdag of een show is het belangrijk dat je hond een kleedje heeft waar die op kan liggen. Een bench is handig indien de hond even alléén moet zijn. Verder heb je nodig: een waterbakje / drinkflesje voor de nodige dorst, een hondenkam / -borstel en brokjes of iets lekkers waardoor de hond attent kunt houden in de ring. Als showlijntje wordt voor de Drent meestal een korte jachtlijn gebruikt. Een normale riem kan ook, maar deze staat iets minder mooi en is meestal onhandiger in gebruik. Liever geen ketting en een zogenaamde prikketting is verboden. Vergeet niet een veiligheidsspeld of speldje waaraan je je draagnummer kunt hangen. Een stoeltje voor jezelf is ook wel handig en wat te drinken en te eten.

Gezondheidseisen

Op het inschrijfformulier van een show, clubmatch staan eisen betreffende de gezondheid van de deelnemende hond. De hond mag geen besmettelijke ziekte e.d. overbrengen en moet voldoende gevaccineerd zijn. Omdat er geen verplichte veterinair onderzoek meer is bij de ingang van een show dient de eigenaar er op toe te zien om niet te komen met een hond die besmettingen kan overbrengen. Tevens is het verplicht om een inentingsboekje / dierenpaspoort van je hond te kunnen tonen, indien hierom wordt gevraagd. Sinds kort is het toegestaan om met loopse teven op een show te komen. Neem echter geen risico indien de teef dekrijp is. Een (ongewenst) ongeluk zit dan in een klein hoekje.

Niet toegestaan

Het is niet toegestaan om een hond mee te nemen die een besmetting kan overbrengen (zie “Gezondheid”). (Tevens is het, over het algemeen, niet toegestaan om aan de oren of staart gecoupeerde honden in te schrijven. Couperen komt bij de Drent niet voor.) In de ring is “double handeling” niet toegestaan, hierbij probeert iemand buiten de ring op een hinderlijke manier aandacht van de hond te trekken.Als de hond attent is op iets buiten de ring, mag je daar wel gebruik van maken, ook mag je een piepbeestje mee nemen in de ring, of een heel lekker brokje. ( worst cq kaas.)


Deelnemen aan een show

Het is ook zinvol om, voordat je zelf deelneemt, eens een show te bezoeken en te kijken hoe het er aan toegaat in de ring en waar je op moet letten. Als je beginneling bent en plankenvrees hebt, kun je eerst beginnen met een clubmatch, die het hele jaar door op diverse locaties van de kynologieverenigingen worden gehouden. Clubadressen en datums kun je vinden in het maandblad De Hondenwereld, Onze Hond, of digitaal www.DeRashond.nl  of via onze eigen website.

Weet u dat eens in de twee jaar in Nederland speciaal voor jachthonden een show wordt georganiseerd? Ons ras is inheems en we kunnen we niet gemakkelijk een Drent uit het buitenland halen. Het is dus belangrijk dat wij onze honden laten zien en gebruiken voor de verdere ontwikkeling van het ras.

Inschrijving

Het deelnemen aan een show begint met inschrijven. Op het inschrijfformulier vul je de gegevens in van de hond en eigenaar. Het inschrijven sluit bij tentoonstellingen over het algemeen 6 weken voor de show. Bij clubmatches is dit 3 weken. Op een tentoonstelling is op het inschrijfformulier aangegeven of benching aanwezig is. Bij sommige tentoonstelling dien je extra te betalen voor een bench. Bij “free benching” zijn benches aanwezig, maar niet gereserveerd. Je moet dan zelf een plekje zoeken in de nabijheid van je ring. Voor de show krijg je een inschrijfbewijs thuis gestuurd, deze moet je op de dag zelf meenemen. Verder dien je een inentingsboekje/dierenpaspoort mee te nemen en het is handig een kopie van de ( het) stamboom bij je te hebben.

Klassen

Een Drentsche Patrijshond is laat af. Dat wil zeggen dat hij/zij zowel lichamelijk als geestelijk veel tijd nodig heeft om tot volledige ontwikkeling te komen. Op de leeftijd vanaf 3 à 4 jaar zijn ze pas op z’n mooist en is hun karakter evenwichtig(er). Om alle honden de kans te geven om eerste te kunnen worden in een groep zijn er verschillende leeftijdklassen ingesteld, te weten babyklasse (voor honden van 3 tot 6 maanden), puppyklasse (voor honden van 6 tot 9 maanden), jeugdklasse (voor honden van 9 tot 18 maanden),  jonge hondenklasse (voor honden van 15 tot 24 maanden), open klasse (voor honden vanaf 15 maanden) en de veteranenklasse (voor honden vanaf 8 jaar). Alle honden die eerste van hun groep zijn geworden, moeten competeren met de honden die eerste van hun groep zijn geworden. Dat gebeurt eerst bij alle reuen en vervolgens bij de teven. Verder zijn er klassen waaraan voorwaarden zijn verbonden, zoals de gebruikshondenklasse (voor honden die een veldwedstrijdkwalificatie hebben gehaald), fokkersklasse (voor honden waarvan de eigenaar van de hond tevens de fokker is) en kampioensklasse (voor honden die definitief kampioen zijn). Voor deze klassen moet een geldig bewijs worden meegestuurd. In het algemeen wordt de hond ingeschreven in de leeftijdklasse waaraan hij, v.w.b.  zijn leeftijd, nog aan voldoet. Heeft men zowel een reu als een teef, van hetzelfde ras, ingeschreven is het vaak mogelijk om deel te nemen aan de koppelklas. In de koppelklas wordt de gelijkenis van beide honden beoordeeld.
Omdat wij een Nederlands ras hebben is het ook belangrijk om een Nederlandse keurmeester te hebben, die geleerd heeft hoe de Drent er uit moet zien, (zoals voorgeschreven in de rasstandaard). Het ras is door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in 1943 erkend. Voor veel keurmeesters is het(hoofd)type heel belangrijk, omdat dit nu juist het meest typische deel (de herkenning)  van de Drentsche Patrijshond is. Hoekingen en schouderliggingen zijn ook belangrijk, maar als het hoofdtype verloren gaat, kun je wel een bonte hond hebben, maar geen Drent.
kindhond

Juniorhandling

Op clubmatches en tentoonstellingen is het mogelijk om je kind in te schrijven voor juniorhandling, hierbij is belangrijk dat kind en hond een team zijn. Bij de kampioenschapsclubmatch van onze vereniging kunnen de kinderen in twee verschillende leeftijdsgroepen hun dierbare hond voor een keurmeester showen. Ook hier is het spannend wie geplaatst wordt achter een bordje, maar ook diegenen die niet bij de beste vier behoren worden beloond met een herinneringsmedaille. Onze kinderen hebben de toekomst en we willen graag dat zij ons dierbare ras voort zetten.

Aanvangstijdstip

Het is belangrijk om op tijd aanwezig te zijn. Meestal gaat de hal al om 8.00 uur open en starten de keuringen om 10.00 uur. Bij de ingangscontrole van de show moet je het inschrijfbewijs en inentingsboekje/dierenpaspoort kunnen laten zien. Voordat de keuringen beginnen moet je je hond aanmelden. Bij clubmatches en de Fokdag gebeurt dit bij het secretariaat (meestal bij de ingangscontrole), bij tentoonstellingen gebeurt dit in de ring waar de hond gekeurd moet worden. Het is zinvol om 1 uur voor aanvang van de keuringen aanwezig te zijn, zodat je alle tijd hebt voor het passeren van de ingangscontrole, het zoeken van je plek (eventueel de bench), het aanmelden van de hond in de te keuren ring en het tot rust komen van baas en hond. Je moet zelf in de gaten houden wanneer de Drentsche Patrijshonden aan de beurt zijn. Dit staat aangegeven in de ring waarin je hond wordt gekeurd en in de catalogus. Wanneer er wijzigingen in de volgorde zijn, wordt dit van te voren omgeroepen.


Ringpersoneel

In de ring is niet alléén de keurmeester aanwezig. Hij/zij heeft assistentie van een ringmeester, schrijver/schrijfster en al dan niet een ringcommissaris/administrateur. De ringmeester zorgt er voor dat het ordelijk verloopt in de ring. Hierbij dienen de honden volgens klasse en catalogusnummer in de ring verschijnen. Aanwijzingen van de ringmeester en de keurmeester dienen door de exposant opgevolgd te worden. De ringmeester zorgt er voor dat de keurmeester de deelnemende honden, per klasse, kan plaatsen (bordjes 1 t/m 4) en dat de beste reu, teef en beste van het ras wordt uitgezocht. Voor tentoonstellingen worden ook de op één na beste reu en teef uitgezocht. Hij houdt tevens het publicatiebord in de ring bij en schrijft daarop de kwalificaties. De schrijver/ster zit naast de keurmeester en schrijft het verslag dat de keurmeester dicteert. Dit is over het algemeen in het Nederlands. Op een internationale tentoonstelling kan het voorkomen dat een buitenlandse keurmeester is uitgenodigd en dat het verslag in het Engels of Duits is opgesteld. De ringcommissaris/administrateur zorgt op tentoonstellingen voor de correcte uitvoering van de administratie. Tevens houdt hij de uitslagenlijst op het bord bij en reikt de verslagen uit aan de deelnemers nadat het hele ras gekeurd is. De ringcommissaris controleert de correcte administratie van de keurverslagen en kampioenschapprijzen. Op een clubmatch worden de taken van een ringcommissaris/administrateur verdeeld over de ringmeester en schrijver.

Verslag

Vlak voor de erekeuringen, die meestal om drie uur beginnen, kun je het verslag, in de ring ophalen bij de ringmeester/ringcommesaris en vaak hoort daar ook een dagprijs bij. Een G–hond bronzen medaille, ZG-hond een zilverkleurige medaille en een Uitmuntende-hond een goudkleurige medaille. De medaille kun je ophalen bij het secretariaat. In de ring hoor je persoonlijk van de ringmeester of je terug moet komen of niet. Over het algemeen mag je de hal pas verlaten (als je niets gewonnen hebt), dat is  meestal om drie uur, je mag natuurlijk blijven kijken hoe de erekeuringen verlopen en rassenkennis opdoen.

Kwalificaties, kampioenschappunten en titels

De kwalificaties (beoordelingen) welke je met je hond kunt krijgen: • U = Uitmuntend (voldoet bijna aan  het ideale rasbeeld) • ZG = Zeer Goed (voldoet aan het rasbeeld) • G = Goed (voldoet minder aan het rasbeeld) • M = Matig (voldoet matig aan het rasbeeld) • VB = Veelbelovend (wordt alléén gegeven in puppy- en babyklas) • B = Belovend (wordt alléén gegeven in puppy- en babyklas) Honden die niet aan de rasstandaard voldoen komen niet in aanmerking voor een kwalificatie.

Op de kampioenschapsclubmatch van de vereniging “de Drentsche Patrijshond” en tentoonstellingen kun je punten winnen voor de titel definitief “Nederlands kampioen”. De beste reu en teef krijgen een nationale kampioenschapprijs (CAC), mits de hond beoordeeld is met uitmuntend. Het (De) CAC is een hele punt waard op tentoonstellingen en twee punten op de Kampioenschapsclubmatch en de WINNER-tentoonstelling in Amsterdam. De op één na beste reu en teef krijgen een reserve (nationale) Kampioenschapprijs (Res.CAC, RCAC), deze is ¼ punt waard op tentoonstellingen en een hele punt op de Kampioenschapsclubmatch. Bij het bepalen van minimaal 4 punten, onder minimaal twee verschillende keurmeesters, kun je definitief Nederlands kampioen worden. De Raad van Beheer stelt aan de eigenaar van de hond een Kampioenskruis en diploma beschikbaar.

De titel “Nederlands jeugdkampioen” wordt verleend aan de reu / teef die in de jeugdklasse van een tentoonstelling of een Kampioenschapsclubmatch drie maal een eerste plaats met uitmuntend heeft behaald onder minimaal twee verschillende keurmeesters. De titel “Nederlands Jeugdkampioen” levert één Nederlandse kampioenschappunt op.

De titel “Veteranenkampioen” wordt verleend aan de reu / teef (de reu welke) die in de veteranenklasse van een tentoonstelling of een Kampioenschapsclubmatch drie maal een eerste plaats met uitmuntend heeft behaald onder minimaal twee verschillende keurmeesters.

Indien je op een veldwedstrijd (werkproef) in de open klasse de kwalificatie”goed” hebt behaald en je haalt op twee Internationale tentoonstellingen in twee verschillende landen en onder verschillende keurmeesters een Internationale kampioenschapprijs (CACIB) dan kun je in aanmerking komen voor de titel “Internationaal Kampioen”. (Eén van de landen mag Nederland zijn). Naast de titels welke je kunt behalen op verschillende tentoonstellingen zijn er ook nog extra titels te behalen op de Kampioenschapsclubmatch en de WINNER-tentoonstelling in Amsterdam, deze titels worden vermeld in het jaar waarin de titel werd behaald. De hond die beste van het ras wordt op de Kampioenschapsclubmatch van de vereniging “de Drentsche Patrijshond” krijgt de titel “Clubwinner”, mits de hond de kwalificatie “uitmuntend” heeft behaald. De beste reu en teef op de WINNER-tentoonstelling in Amsterdam krijgen de titel “Winner”, respectievelijk “Winster”, mits de honden de kwalificatie “uitmuntend” hebben behaald. De titel “Jeugdwinner”, respectievelijk “Jeugdwinster” wordt verleend aan de beste reu en teef van de jeugdklasse op WINNER-tentoonstelling. Er wordt gelet hoe U met de hond omgaat en men verwacht een consequente  eigenaar. Uiteraard zijn Drentenmensen goedlachse goedgehumeurde mensen, die elkaar een plaatsing gunnen. Natuurlijk heeft iedereen z’n eigen idee hoe een Drent er voor hun gevoel uit moet zien. Echter, eigenaren van honden zijn het niet altijd eens  met de keuze van de keurmeester, maar op die dag in die ring heeft de keurmeester het voor het zeggen. Daar moeten we ons dan bij neer leggen.

Indien u met u teef of reu wilt fokken dient u te voldoen aan de foknormen van de vereniging “De Drentsche Patrijshond”. Hierbij is opgenomen dat u minimaal 2x “Zeer goed” moet behalen, onder twee verschillende keurmeesters op een fokdag, (Kamp)clubmatch of tentoonstelling. Bovendien een geldig bewijs van het HD en PRA onderzoek dat voldoet aan de door de vereniging gestelde foknormen.

Wij wensen u veel showplezier en zien u graag met uw hond op de show!

De exacte regelingen betreffende clubmatches, tentoonstellingen, beoordelingen, kampioenschappen en titels zijn beschreven in het “Kynologisch reglement” van de Raad van Beheer. Dit is te vinden op de site www.raadvanbeheer.nl onder “Raad van Beheer”, pagina “Regelgeving” en subpagina “Kynologisch reglement”.

Lopen

De Drentsche Patrijshond is een middelgroot ras, hierbij moet iets harder gelopen worden dan bij kleinere rassen. De keurmeester wil de hond in draf zien lopen. Bij de draf kan de keurmeester het beste zien of de hond efficiënt kan lopen. Een goede bouw is hiervoor één van de voorwaarden. Bij de draf zie je aan één zijde de benen van de hond tegelijkertijd naar elkaar toe en van elkaar af gaan. De achterpoot wordt gezet in de plek waar de voorpoot net is vertrokken. Terwijl de voorpoot naar voren uitstrekt zie je de achterpoot naar achteren afzetten. Voor de Drent betekent dit dat zowel de hond als de baas in draf dient te lopen. De hond mag hierbij niet trekken in de riem. Als je te langzaam loopt, gaat de hond vaak in telgang. Bij telgang gaat aan één zijde de voor- en achterpoot tegelijkertijd naar voren en achteren. Dit is een gemakkelijke gang voor de hond, maar de keurmeester kan van deze manier van bewegen weinig afleiden. Bij te hard rennen van de baas gaat de hond vaak in galop. Hierbij ziet de hond het rennen vaak als een spelletje en wil hij nogal eens springen. De keurmeester wil graag dat U met de hond een driehoek loopt. Eerst van hem af zodat hij het gangwerk van de achterhand kan zien, daarna zijwaarts zodat hij kan zien of de hond een ruim gangwerk heeft en vervolgens naar hem toe om het gangwerk van de voorhand te zien. Hij kan ook vragen om van hem af en naar hem toe of een diagonale lijn (van de ene hoek naar de andere hoek van de ring) wilt lopen om het gangwerk te beoordelen.

Adres

Bosweg 2
3651 LV Woerdense Verlaat
+31 (0)172 409 437
secretaris

Vereniging "De Drentsche Patrijshond"

  • opgericht 5 Juni 1948

  • Koninklijk goedgekeurd, laatstelijk bij Koninklijk Besluit d.d. 28 augustus 1975

  • Erkend door de Raad van Beheer

  • Inschrijfnummer Kamer van Koophandel te Enschede (Ov.) onder nr. 40075145

De vereniging heeft als doel:

  • De instandhouding en verbetering van de Nederlandse staande jachthond de Drentsche Patrijshond, haar karakter, jachteigenschappen en verschijning, als omschreven in de rasstandaard

  • Het bevorderen van de gezondheid en het welzijn van de tot het ras behorende honden

  • Het bevorderen van het contact tussen fokkers, jagers en liefhebbers van Drentsche Patrijshonden