Naar Home-page
  • Facebook
  • Instagram
  • Archief
  • Winkel
  • Foto's
  • Video's
  • Contact
  • Blogs
  • Raad van Beheer
  • Kalender
  • Login

blackbox1Op dinsdagavond 24 april jl. was er de door de FBC georganiseerde lezing over de zgn. Black-Boxmethode: een methode om inzicht te krijgen in het gedrag van je hond.

Een half uur voor aanvang stroomden de meer dan 30 bezoekers vol afwachting het zaaltje in het dorpshuis in Woudenberg binnen. Mooi om te zien dat, ondanks de zwoele lenteavond, nog zoveel mensen de moeite hadden genomen om hier bijeen te komen.

Om 19:30 uur nam FBC-voorzitter, Jorden de Boer, het woord. Hij gaf toelichting op het thema en introduceerde vervolgens de spreker, Peter Beekman.

 

Thema

Het basisidee dat Peter deze avond wilde overbrengen was relatief eenvoudig: een hond vertoont altijd gedrag en verkeerd gedrag bestaat niet.

Oeps, dat was even slikken met het regelmatig niet gewaardeerde gedrag van mijn eigen Drent nog vers in het geheugen. Maar Peter merkte de verbazing in de zaal en lichtte dit statement direct toe: verkeerd gedrag bestaat niet, ongewenst gedrag wel!

blackbox2Iedereen in afwachting van de lezing door Peter Beekman. De voorzitter haalt nog net op tijd koffie.

Alles wat een hond doet heeft met gedrag te maken. Tijdens het slapen, het spelen, het wandelen of het eten: alles is gedrag. Wij mensen vinden niet elk gedrag even geslaagd en zullen proberen dat gedrag te veranderen: trainen noemen we dit! Maar voor we beginnen met het veranderen van het gedrag is het wel verstandig te leren kijken naar dat gedrag en proberen te begrijpen waarom de hond dit gedrag vertoont. Pas als we begrijpen waarom bepaald (ongewenst) gedrag vertoond wordt, kunnen we proberen het op een adequate, diervriendelijke wijze te gaan veranderen.

Model

Het model de Black-Boxmethode is gebaseerd op leren kijken naar het gedrag dat de hond vertoont, op het moment dat er prikkels worden toegediend. Een hond vertoond altijd gedrag en met zijn gedrag richt hij zich op datgene wat hij op dat moment het belangrijkste vindt. Ieder hond heeft als het ware een voorkeurslijstje. Er “gebeurt iets” in de omgeving van de pup (de prikkel): er komt bijvoorbeeld een gans aanlopen. De pup heeft dat nog nooit meegemaakt en reageert instinctief. In dit voorbeeld sprak Peter over een Jack Russell pup, een Tervuerense herder-pup (zijn eigen hond) en een jachthonden-pup en hij maakte duidelijk dat waarschijnlijk iedere pup anders zal reageren op de gans. Welke keuze de pup maakt, is deels toeval, deels aanleg. Als de eerste reactie van de pup hem niet zo’n goede ervaring oplevert, dan zal hij de volgende keer waarschijnlijk kiezen voor een andere reactie.  Zou je nu niets doen, dan reageert iedere pup volgens zijn aanleg en ervaring en zal dat gedrag, zeg blaffen bij de Jack Russell, steeds meer conditioneren.

Feedback

Als je het gedrag van de pup niet-gewenst vindt, dan kun je proberen door gerichte feedback dit gedrag bij te sturen. Dus niet het in jouw ogen verkeerde gedrag afstraffen, maar door een juiste beloning het gewenste gedrag belonen. Dus stel dat die Jack Russell eens een keertje niet blaft, dan kun je dat gedrag belonen met een snoepje. Je hoopt dan dat de pup een link gaat leggen tussen gedrag (niet blaffen) en de beloning. Blaft hij de volgende keer weer niet en krijgt hij weer een snoepje (lekker) dan zal het pupje nog meer de link leggen met “hé, niet geblaft en wel een lekker snoepje, dus als er weer een gans komt…..”

blackbox3Een schematische weergave van de Black boxmethode met het (mogelijk) gedrag door aanleg en na het aanleren dmv training door positieve feedback.

Op deze manier leer je de pup zijn gedrag aan te passen aan hetgeen jij gewenst vindt. En was dat blaffen dan verkeerd? Nee, want de pup greep terug op het gedrag dat boven aan het lijstje stond (zie figuur hierboven) en dat is ook de bedoeling. Wat je met trainen wilt bereiken, is dat de volgorde van mogelijke gedragingen verandert zodat stil zijn boven aan komt te staan in plaats van blaffen. Is dat eenmaal gelukt, dan heb je de pup gewenst gedrag aangeleerd.

Maar waarom heet deze methode dan de Black-Boxmethode? Dat is omdat je in dit geval niet heel erg geïnteresseerd bent in wat er allemaal in die hersenen gebeurt. Je beschouwt het als een zwarte doos en wilt alleen maar dat de uitkomst (het gedrag) aangepast wordt aan wat jij graag wilt. Wat er dan allemaal in die hersenen verandert is wellicht erg boeiend en je zou het wel graag willen weten, maar hoe het precies in die hersenen gaat speelt hier geen rol: als het maar werkt!

Leertheorie

Deze inzichten zijn niet nieuw. Ze zijn gebaseerd op de leertheorie van o.a. Pavlov en Skinner: een psychologische theorie over de wijze waarop mensen en dieren associaties leggen tussen stimuli (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Leertheorie).

Pups?

blackbox5Geboeid zit men te luisteren Maar waarom sprak Peter hier alleen maar over pups en niet gewoon over honden? Dat komt doordat de hersenen van een puppy nog flexibel zijn. De paadjes in de hersenen (de relatie tussen situatie en gedrag) zijn nog niet gefixeerd en kunnen relatief eenvoudig veranderd worden. Hoe ouder de hond, hoe lastiger dit wordt en daarom moet je dus direct bij pups beginnen met trainen. En ja…. dit is bij mensen niet anders.

Concluderend kunnen we stellen dat aanleg + ervaring = gedrag. Aan de aanleg kun je niets veranderen: die is aangeboren, maar aan de ervaring wel en daarmee valt het gedrag te veranderen.

 

Valkuilen

Zijn we nu klaar? De hond belonen bij gewenst gedrag en negeren/ corrigeren bij ongewenst gedrag en klaar is de Drent?

Nee, er zijn allerlei valkuilen. Peter maakte dit duidelijk aan de hand van een voorbeeld. Stel je hond is bang voor vuurwerk. Het knalseizoen begint weer en bij iedere knal kruipt je hond piepend achter de bank. Vroeger dachten we (“ik ook”, zegt Peter) dat je dit ongewenste gedrag moest corrigeren. Je deed van alles om er maar voor te zorgen dat de hond niet meer piepend achter de bank kroop. Uiteindelijk lukte dat wel, maar…..

De hond is nog steeds bang voor het vuurwerk maar durft deze angst in het bijzijn van de baas niet meer te uiten. Je zadelt de hond daardoor met een extra probleem op: nog meer stress. Peter benadrukte dat als de hond te veel stress heeft, hij geen vermogen meer heeft om te leren. Dat het steunen en troosten in een angstige situatie dus niet gezien moet worden als een beloning voor het angstgedrag. Daarom is het niet verkeerd om je hond, wanneer hij steun of troost zoekt, te steunen en te leren dat hij bij jou terecht kan als hij bang is.

Socialiseren & Habitueren

Tenslotte besteedde Peter nog flink wat tijd aan de verschillende fasen van het socialiseren van de pups. Hij onderscheidt daar verschillende stadia in: De primaire socialisatiefase van 3 tot 12 weken en de secundaire socialisatiefase van 12 weken tot aan de puberteit. In deze periode vinden verschillende zaken plaats:

Socialisatie

Het socialiseren van een pup bestaat uit het fysiek kennismaken met allerlei levende wezens die in de leefomgeving van de pup voorkomen. Peter benadrukte de rol van de fokker in de primaire socialisatieperiode, maar ook dat de socialisatie verder moet gaan bij de eigenaar. Socialisatie heeft namelijk pas zin als de kennismaking meerdere malen wordt herhaald. Het heeft in Nederland dus weinig zin om de pup mee te nemen naar Artis om hem te laten kennismaken met een krokodil (tenzij je van plan bent om op korte termijn naar Florida te emigreren).  

Habitualisatie

Habitueren is iets anders. Gaat het bij socialiseren om de interactie met levende wezens, bij habitueren gaat het om de gewenning aan allerlei prikkels in de wereld om de pup heen. Denk daarbij aan geluiden, bewegende objecten zoals spoorbomen, voertuigen, verschillende soorten mensen, diersoorten en rare obstakels. Bij het habitueren moet de pup juist leren deze verscheidenheid aan dieren, dingen en mensen te negeren, dat hij er zich niets van hoeft aan te trekken, dat ze er gewoon zijn.

Generaliseren

Maar, vraagt Peter het publiek, moet je de pup aan alles laten wennen? Nee, dat is gewoonweg onmogelijk. Daarom is het belangrijk dat de pup leert generaliseren: hij moet met voldoende prikkels in contact komen en daaruit leren op een “juiste” manier om te gaan met nieuwe prikkels die lijken op prikkels die de pup al kent. M.a.w. ken je er één, dan ken je ze allemaal. Peter vertelt dat de mogelijkheid tot generaliseren bij pups in de primaire socialisatieperiode het grootst is en we daar dus gebruik van moeten maken bij zowel de socialisatie als de habitualisatie.

Stress

blackbox4Aantekeningen tijdens de lezing Tenslotte gaat Peter in op de neiging om (niet alleen bij puppy’s maar ook bij kinderen) alle stressvolle situaties te vermijden: “oh pas op voor de tere puppy-/kinderziel”. Stress is helemaal niet verkeerd, mits de pup leert hoe hij ermee om moet gaan. Daarmee komen we terug bij het voorbeeld van de gans. De eerste ontmoeting met de gans  is ongetwijfeld stressvol als de gans blazend en met de vleugels klapperend op de pup afkomt lopen. In eerste instantie zal de pup voor een van de drie basisreacties op stress kiezen: vluchten, vechten, of verstijven. Echter met de juiste feedback van de baas zal hij leren dat negeren de beste optie is en dat daarmee de stress wordt weggenomen. Stress is niet verkeerd, maar de langdurige blootstelling eraan juist wel (en dat is niet anders bij mensen).

Afsluiting

De avond werd iets na 22:00 uur afgesloten door Jorden de Boer en met een groot applaus voor de zeer enthousiaste spreker, Peter Beekman.

Tijdens het napraten bleek dat de meeste aanwezigen ten minste delen van het verhaal al wel eerder hadden gehoord maar dat de coherente en enthousiaste manier van vertellen, de vrolijke wijze van interactie met het publiek en de vele voorbeelden uit de praktijk, bij bijna iedereen tot een enorme verduidelijking van het onderwerp hadden geleid. Een geslaagde avond en hopelijk gaat de Fokbeleidscommissie dit vaker doen.

Arjan van Hessen

Adres

  De Hoek 12
8381 BL Vledder
  +31 (0) 612 780 422
  secretaris

Vereniging "De Drentsche Patrijshond"

  • opgericht 5 Juni 1948

  • Koninklijk goedgekeurd, laatstelijk bij Koninklijk Besluit d.d. 28 augustus 1975

  • Erkend door de Raad van Beheer

  • Inschrijfnummer Kamer van Koophandel te Enschede (Ov.) onder nr. 40075145

De vereniging heeft als doel:

  • De instandhouding en verbetering van de Nederlandse staande jachthond de Drentsche Patrijshond, haar karakter, jachteigenschappen en verschijning, als omschreven in de rasstandaard

  • Het bevorderen van de gezondheid en het welzijn van de tot het ras behorende honden

  • Het bevorderen van het contact tussen fokkers, jagers en liefhebbers van Drentsche Patrijshonden